zondag 5 november 2017

Tinder



Tinder, wat moet een mens ermee, buiten op eenzame, gure herfstavonden prentjes kijken en lustig swipen. Telkens nog een profieltje verder, er rotsvast van overtuigd dat De Ware plots zal verschijnen.

Ondersteboven was ik, toen mijn laatste date plots in het deurgat stond en er onmiddellijk 
Mr Grey-achtige taferelen door mijn hoofd dwarrelden. Toen hij ook nog spontaan aanbood om de zekeringkast te checken op een gesprongen zekering en zoveel diepzinnige vragen stelde dat ik er duizelig van werd, wist ik het zeker; de jackpot had zich aangeboden, in de gedaante van een jonge, gespierde adonis, met bovendien een hoop verstand in zijn mooie hoofd. 

We analyseerden de foto’s aan de muur, en hij had het minstens vijf minuten over pasgeboren baby’s. BABY’S! Niet dat ik er nog eentje wil, dat spreekt voor zich, maar het onderwerp blijft mij boeien. Dus ik smolt en kneep stiekem keihard in mijn arm om er toch zeker van te zijn dat ik niet droomde.  
           
Dat bleek niet zo en helemaal vrolijk en een beetje licht in mijn hoofd nam ik afscheid van hem. En hoe gaat dat dan, het evenwicht vinden tussen niet te opdringerig willen  zijn én duidelijk laten blijken dat ik het écht wel heel gezellig vond. 

Twee dagen later stuurde ik hem een berichtje met de vraag of we elkaar nog eens zouden zien. Ik verslikte me dan ook in mijn  thee toen ik droogweg een berichtje terugkreeg met zijn tarieven erin. Auch. Dat deed pijn. In één seconde gebombardeerd tot oude vrijster die maar moet betalen voor gezelschap.

Ik wiste onmiddellijk zijn nummer, zag al snel de humor ervan in (ahum) en kocht van de weeromstuit een grote pot antirimpelcrème en een ticket voor de Fuse. 

36 is immers het nieuwe 26 en dat is gewoon nog KEIGROEN achter mijn oren.

donderdag 21 september 2017

Herfst

Ik koop een nieuwe trui. Niet tweedehands, niet afgeprijsd, geen koopje, helemaal nieuw. Dat moet eeuwen geleden zijn. Baksteenrood. Kort en wollig. Laat de herfst maar komen! Om eerlijk te zijn liever niet, maar het is helaas niet iets waar we vat op hebben. Zeker nu niet met al die klimaatveranderingen.

Een vriendin aan de lijn. Ik hoor haar stampvoeten als ze zich wanhopig afvraagt waarom er geen leuke man is die met haar op weekend wil. Naar een stad waar het nog volop zomert en de avonden zwoel en warm zijn. 'Omdat die niet bestaan?' opper ik voorzichtig. Maar uiteraard is dat niet waar en het is ook totaal niet het antwoord waarop ze zit te wachten.

Ik zoek op wat het betekent als je over kanaries droomt. Nu ja, het is niet echt dromen, zelfs geen dagdromen. Om een of andere reden moet ik gewoon voortdurend aan kanaries denken.
De betekenis valt mee. Iets met geluk en harmonie en dat voelt ook wel zo aan, de laatste tijd.

Eindelijk werk ik in een ziekenhuis. Geen idee waarom het me zo blij maakt. Misschien omdat het lang geleden is dat ik iets bereikt heb wat ik echt heel graag wilde. Misschien is het zelfs de eerste keer dat zoiets überhaupt gebeurt. Dus fiets ik vol goede moed naar het werk en helemaal voldaan weer naar huis. Onderweg overvallen door een appelflauwte omdat ik vergeet om voldoende hapjes mee te nemen.

Door mijn werk zie ik heel veel pasfoto 's. En nooit iemand die blij is met zijn foto. Omdat wij van vadertje staat niet meer mogen lachen op dat prentje. Nu vraag ik u welk percentage van de bevolking er in werkelijkheid met zo'n zuur bakkes door het leven gaat. Ik haal alvast niet met trots de pasfotootjes van mijn vijf boeventronies uit mijn portefeuille. Werkelijk angstaanjagend. Iets om over na te denken.

dinsdag 30 mei 2017

Oeps

Alles komt goed. Het is mijn leuze en het klopt ook wel. Omdat ik quasi elk gesprek afsluit met die drie woorden, laat mijn collegaatje het op mijn grafsteen printen. (tegen de tijd dat ik ga, kan dat ongetwijfeld, zo'n geprinte grafsteen)
Soms heb ik het gevoel dat ik niks meer te vertellen heb, nu alles goed gaat, maar dat heb ik juist wel.

Uit de mottigste ervaringen komen de helderste inzichten, zo blijkt.
Eigenlijk heb ik wel nog iets te zeggen. Iets pietluttig, waar ik me eigenlijk voor schaam. Maar omdat ik  'fuck fake' zo hoog in het vaandel draag, kom ik uit de kast:
Ik ben fan van Justin Bieber. (Nee, zo erg is het niet)

LUIZEN
Het moet me van het hart, omdat die rotbeesten de grondvesten binnen onze familie serieus deden daveren. De lieve familie expat kwam bij ons op bezoek en ik was keifier dat ik weer mijn optimistische zelve was, maar de indoneesjes waren vooral bang om voor de derde keer het foute souvenir bij uitstek weer mee naar huis te nemen. Luizen dus. 


Regelmatig krijgt mijn kroost een luizenalert-nota mee naar huis (ja, begin al maar te krabben) en dan word ik dus verondersteld om al mijn linnen te wassen en hun hoofden te ontsmetten met de meest chemische shampoos waarvan de geur je al in hogere sferen brengt nog voor je het flesje geopend hebt. Of met azijn, balsem, watten, gaasjes en weet ik wat nog allemaal. Maar Dat Helpt Dus NIET!

Hier toch niet. Wel bij de kleintjes, wiens hoofd ik al eens met de tondeuse kan bewerken, maar niet bij mijn schattige dochter wiens lange haren haar heiliger zijn dan al haar andere spullen bij elkaar.
Dus dat kind heur haar zit vol met neten, die dood zijn, dat wel, maar ze blijven netjes zitten waar we ze NIET willen hebben; in haar zwierige haren en daarmee in de buurt van vele andere kapseltjes.

Toen mijn bezorgde broer erover begon, had ik zin om te beginnen gillen, want ik moet niet alleen vechten tegen die vervelende, nutteloze snertluizen, maar ook tegen mijn puberdochter die nog liever drie wortelkanaalbehandelingen achter elkaar ondergaat dan een fris coupke te laten snijden bij de kapper. 

Tot zover. Mijn ontboezeming. Ik weet dat mijn kroost een aanzienlijk percentage van de rupelstreekse jeugd vertegenwoordigt, maar het kan toch niet dat zij als enigen de luizenpopulatie hier in stand houden? Dus GRAAG uw tips en advies om er voor eeuwig en altijd korte metten mee te maken. En korte coupkes, dat ook.